zie je geen mus meer, maak dan dat je weg komt

We kennen allemaal ‘de kanarie in de mijnen‘ *, als die dood gaat moet je maken dat je wegkomt. Nu de mussenpopulatie sinds 1980 is gehalveerd moeten we ons zelf kritisch de vraag stellen hoe het gesteld is met de echte leefbaarheid van onze steden. biodiversiteit en natuur Inclusief bouwen moet dan ook onderdeel worden van het bouwbesluit om herstel van de natuur in onze stad te activeren. Met de 1 miljoen huizen die we moeten gaan bouwen kunnen we dan ook bouwen aan het herstel van de biodiversiteit en de gezondheid van mens en natuur!

wettelijke norm voor de hoeveelheid groen

Onno Dwars, CEO van Ballast Nedam maakt het vergelijk met de kanarie in de kolenmijn die mijnwerkers waarschuwt voor giftige stoffen. „Onze gezondheid lijdt onder een gebrek aan groen. Zie je geen mus meer in je woonwijk? Maak dan dat je wegkomt!”

Vooraanstaande bouwbedrijven nemen groen steeds vaker in een vroeg­tijdig stadium mee in hun bouwplannen. Zij pleiten zelfs voor een wettelijke norm voor de hoeveelheid groen. Het wordt tijd dat de overheid hier snel beleid hiervoor gaat maken want er is geen tijd meer te verliezen.

de huismus, staan symbool voor de kwaliteit van onze leefomgeving

werken in een mijn is gevaarlijk omdat er koolmonoxide vanuit het gesteente de mijn in kan stromen. Koolmonoxide hecht zich aan het hemoglobine van je bloed zodat het hemoglobine geen zuurstof meer op kan nemen. Dan wordt je eerst duizelig en duf, en op een gegeven moment val je flauw (en kan je zelfs doodgaan). Mijnwerkers namen daarom vroeger een kanarie in een kooitje mee de mijn in. Een kanarie is klein en heeft een snelle stofwisseling. Wanneer er koolmonoxide in de mijn aanwezig was, viel die kanarie flauw (daar komt waarschijnlijk de uitdrukking “van je stokje gaan” vandaan). De mijnwerkers hadden dan nog de tijd om zo snel mogelijk de mijn te verlaten.

De meeste mensen genieten van de vogels dicht bij huis. Stadsvogels, zoals de huismus, staan symbool voor de kwaliteit van onze leefomgeving.’Zie je geen mus meer in je woonwijk? Maak dan dat je wegkomt’, zegt Onno Dwars, CEO van Ballast Nedam. (foto: Arianne Den Ridder-Klaassen)

Een gezonde, toekomst-bestendige leefomgeving voor mens en dier

Gebouwen bieden veel kansen om de biodiversiteit van steden te vergroten. Door relatief simpele en goedkope ingrepen toe te passen kunnen gebouwen een volwaardige plaats in een stedelijk ecosysteem innemen. Denk aan nestplaatsen voor vogels of vleermuizen, groene daken of groene gevels. Natuurinclusief bouwen zorgt zo voor een gezonde, toekomst-bestendige leefomgeving voor mens en dier. De beste waarborg voor deze hoogwaardige leefomgeving is het natuurinclusief ontwerpen al vroeg in het planproces op te nemen.

het stadhuis van Venlo heeft een duurzame gevel, circulair, cradle to cradle en luchtgezuiverd. De vervuilde lucht uit het gebouw wordt via de spouw door het gevelsysteem naar buiten geblazen waarna de beplanting in de gevel de lucht reinigt.
De totale oppervlakte aan de groene gevel bedraagd 2150 m2 en is daarmee de grootste groene klimaat gevel van de wereld en uniek in zijn soort.

wat is een natuurinclusieve stad?

Een natuurinclusieve stad is een groene, gezonde en levendige stad, waarvan de bewoners ook nog eens minder last ondervinden van zaken als hittestress, wateroverlast of de eikenprocessierups. Gemeenten hebben dus alle reden om de natuur in de gebouwde omgeving weer ruim baan te geven en voorzieningen te treffen waarmee de biodiversiteit wordt bevorderd. Groene gevels en groene daken bieden fijner woon- en leefklimaat In de steeds compactere steden wordt ruimte schaars. Met gebouw gebonden groen kan mede invulling worden gegeven aan de groene opgave bij binnenstedelijke herstructurering. Groene gevels en – daken zien er niet alleen mooi uit maar dragen ook nog eens bij aan een fijner woon- en leefklimaat voor mens en dier.

Met z’n allen kunnen we er voor zorgen dat mensen vijf jaar langer gaan leven. Hoe? De helft van de bestrating in steden moet weg, er moeten minder auto’s komen en meer bomen. Aanleg van groene daken is bij ons de norm.

Onno Dwars, CEO van projectontwikkelaar Ballast Nedam Development
Steeds vaker wanneer een flat wordt gebouwd, wordt er ook voor vogels gebouwd. Natuur inclusief bouwen heet dat: nieuwbouw die rekening houdt met natuur. Dat kan groen zijn, maar ook wat anders. Op tal van manieren kunnen kale gevels, na een simpele ingreep, bijdragen aan een natuur inclusieve stad.

„Het is te zot voor woorden dat er wel een wettelijke norm is voor het aantal parkeerplaatsen, maar dat er geen norm is voor een minimale hoeveelheid groen in een wijk”.

Jan Willem Burgmans, werkzaam bij Heijmans

Multifunctionele aanpak schept ruimte voor groen

Multifunctioneel ruimtegebruik maakt het mogelijk om op een project meer groen in te brengen zonder daarvoor oppervlakte te hoeven inleveren. Zowel daken als gevels bieden volop kansen om natuurinclusief te ontwikkelen. In ons kleine landje is de claim op de ruimte enorm groot en de steden zullen nog groter groeien. Om in alle vraag te voorzien zullen we de traditionele functiescheiding in de ruimtelijke ordening los moeten laten. Groen en waterberging zijn essentiële onderdelen van iedere ontwikkeling. Met multifunctioneel ruimtegebruik is veel mogelijk op weinig ruimte. Begroeide gevels leggen nauwelijks beslag op het grondgebruik maar brengen wél heel veel groene ruimte in stedelijk gebied. Maar met name de ruimte op platte daken blijft vaak onbenut. Juist hier is vaak niet één maar zijn zelfs meerdere functies te combineren.Zonnepanelen op groendaken, hebben een beter rendement én de vegetatie wordt gevarieerder. Groenblauwe daken bieden kansen voor het stedelijk waterbeheer en stedelijke biodiversiteit.

Door het aanleggen van de Koning Willem-Alexandertunnel onder Maastricht en daarbovenop ontwikkelde Groene Loper hebben Ballast Nedam Development laten zien dat een bouw onderneming de gezondheid van een hele stad meetbaar aangelegd is de stad van een vervuilde ongezonde stad terecht gekomen op de derde plek

groene loper

Groningen en Nijmegen volgt Maastricht op een derde plek. “De provinciestad stond jarenlang bekend om haar slechte leefklimaat. Nu de A2 door de Koning Willem-Alexander tunnel loopt is dit echter flink verbeterd. Ook de groene ruimte nam toe”.

Wie A2 Maastricht hoort, denkt misschien niet meteen aan flora en fauna:aan planten en dieren. Toch was het beschermen, behouden én versterken van natuur een belangrijk onderdeel binnen het project. Impact op natuur beperken In het ontwerp voor A2 Maastricht is rekening gehouden met het leefgebied van verschillende (beschermde) diersoorten en planten. De Koning Willem-Alexander-tunnel en de aansluitende wegen zijn zoveel mogelijk aangelegd op het oude tracé van de A2. Voor de verknoping van de A2 en A79 bij Kruisdonk werd gekozen voor een compact knooppunt, met zo min mogelijk gevolgen voor de natuur in Buitengoed Geul & Maas (voorheen Landgoederenzone) tussen Meerssen en Maastricht. Toch is voor het totale project zo’n 16 hectare natuur op de schop gegaan. Graslanden, stukken moeras, bossen en struwelen zijn verdwenen. Daar is maar liefst 26 hectare nieuwe natuur voor teruggekomen: onder andere bij het Millenniumbos op de Cannerberg, in Buitengoed Geul & Maas en rondom de nieuwe wegen bij knooppunt Kruisdonk. Door de aanleg van ecoduikers, dassentunnels en amfibietunnels onder wegen zijn leefgebieden aan elkaar geknoopt. Ook zijn salamanderpoelen en ‘hop-overs’ voor vleermuizen gemaakt. Ten noorden van Geusselt is gezorgd voor nieuwe waterbergingsgebieden zoals graslaagtes en plasdrasgebieden die bij wateroverlast kunnen onderlopen.

‘Laat de mus de kanarie worden van de stad, zie je geen mus dan moet je maken dat je weg komt”

Onno Dwars, CEO van Ballast Nedam

Bijdrage aan stedelijk ecosysteem

Nieuwe gebouwen kunnen worden voorzien van neststenen voor vogels; een relatief goedkope inpassing die geschikt is voor mussen, gierzwaluwen en spreeuwen. Ook voor vleermuizen kunnen voorzieningen worden ingepast. Tuinen en de openbare ruimte kunnen zo worden ingericht dat allerlei soorten dieren er een thuis vinden. Door natuurinclusief te ontwerpen zorg je dat de stad zich gezond kan ontwikkelen. Elk project(gebied) draagt bij aan een gezond functionerend stedelijk ecosysteem, zorgt voor meer biodiversiteit en een prettig leefklimaat. Het groen en de natuurmaatregelen maken de stad klimaatadaptief, verminderen het hitte-eilandeffect en stimuleren bewoners om te bewegen.

stadsvogels, bouwen, beleven en beschermen

Functies versterken elkaar


Natuurinclusief bouwen en ontwerpen gebruikt onder meer de mogelijkheden van daken en gevels. Groene daken en gevels hebben veel voordelen. Ze zorgen voor verkoeling in de zomer, zowel voor het gebouw als voor de stad. En ze houden in de winter de warmte in het gebouw vast. Groene daken bufferen ook regenwater en zorgen ervoor dat het riool niet overbelast raakt bij hevige regenbuien. Wanneer functies worden gecombineerd, versterken deze elkaar. Zo leveren zonnepanelen een hoger rendement in combinatie met een groen dak doordat ze minder heet worden.

IJburg: een natuurinclusief succes

Bij de woningbouw op IJburg is een deel van de hiervoor genoemde kansen benut. Veel woningen hebben bijvoorbeeld kasten voor vogels en vleermuizen. Uit onderzoek is gebleken dat dit een groot succes is. De huismus is daar inmiddels een algemene soort, de gierzwaluw heeft zijn intrek genomen in de neststenen en ook verschillende soorten vleermuizen vinden daar een thuis. Dat is gunstig voor de natuur maar ook voor de bewoners. Deze soorten vangen veel insecten. Bijvoorbeeld de op IJburg veelvoorkomende steekmuggen worden zowel overdag als ’s nachts
opgegeten door gierzwaluwen en vleermuizen. Een vleermuis eet gemiddeld 3.000 insecten per nacht. Zo dragen vogels en vleermuizen bij aan een prettige en toekomstbestendige leefomgeving voor de mens.

Anneke Blokker kijkt verrukt naar de mussen die in en uit vliegen in een nestkast die in de muur van een flat is ingebouwd. “Honderden nesten zijn dit voorjaar bezet. Die nesten met die dikke poepstrepen zijn trouwens ingenomen door spreeuwen, die zijn niet zo netjes.” De stadsecoloog van de gemeente Amsterdam wordt er blij van.

10 tips voor een natuur inclusieve stad

1. Neem biodiversiteit integraal op als volwaardig duurzaamheidsthema

Neem het bevorderen van de biodiversiteit op aan de voorkant van processen, plannen en projecten. Dit doe je door het een integraal onderdeel te laten zijn van de besluitvorming. Een praktisch voorbeeld hiervan is het invoeren van een biodiversiteitsscan, waarin bij elk project en plan, in iedere fase bekeken wordt waar de kansen voor biodiversiteit liggen en hoe deze verzilverd kunnen worden.

Het herstellen van biodiversiteit kan je alleen bereiken door samen te werken. Mobiliseer bedrijven, overheden, particulieren en In 1997 werden de eerste woningen opgeleverd op het voormalige terrein van de Gemeente Waterleidingen in Amsterdam. Hier verrees een woonbuurt van zes hectare,autovrij en gebouwd volgens duurzame principes. Met een maaiveld ontworpen door Adriaan Geuze en gebouwen ontworpen door gerenommeerde architecten werd het ecologisch bouwen in Nederland volwassen.

2. Beschouw de stad als een ecosysteem

De geschiedenis, het omringende en het onderliggende landschap met abiotische factoren zoals bodemtype en hydrologie, moeten leidend zijn voor de ontwikkeling van natuur in de stadStem het type natuur, de vegetatie, de beplanting en de soorten die je aan wil trekken hierop af. Zorg voor variatie, zoveel mogelijk natuurlijke inrichting en geleidelijke overgangen. Hiermee creëer je een diversiteit aan gradiënten (nat-droog, schaduw-zon) en microklimaten wat resulteert in een grote variatie aan habitats en leefgebieden voor allerlei verschillende soorten, kortom een hoge biodiversiteit.

Het GWL-terrein, grenzend aan de Staatsliedenbuurt en het Westerpark in het gelijknamige stadsdeel, is een wijk die zich op veel punten onderscheidt van de omringende bebouwing. Behalve het autovrije binnenterrein is er op het eerste gezicht weinig te zien dat doet vermoeden dat het een duurzaam gebouwde wijk is.

3. Zorg voor een robuust groenblauw netwerk.

Zorg dat de stad dooraderd is met een robuust groen (beplanting) en blauw (water) netwerk, dat ook de verbinding vormt met het buitengebied. Het netwerk is een voorwaarde voor een biodiverse stad en heft tevens de harde grens op met het buitengebied. Er ontstaan ook koppelkansen voor recreatie en klimaatadaptatie in en langs dit netwerk. Een stevig, aaneengesloten en natuurlijk ingericht groenblauw netwerk zorgt voor effectievere bufferwerking van regenwater en sterkere vermindering van hittestress. Soorten verplaatsen en verspreiden zich via dit netwerk en er vindt uitwisseling plaats tussen verschillende populaties. Het zorgt bovendien voor een aantrekkelijke omgeving die uitnodigt tot bewegen en waar mensen tot rust kunnen komen.

4. Maak natuurinclusief bouwen en inrichten de standaard

Een natuurinclusieve aanpak betekent dat je zorgt voor een meerwaarde voor biodiversiteit en lokale natuurwaarden. Tegelijk draagt dit bij aan een gezonde en evenwichtige leefomgeving. Maar natuurinclusief is meer dan nestkasten in gebouwen en alleen vergroenen is niet genoeg. Zorg voor een samenhangend geheel waarin de groenblauwe ruimte en natuurinclusieve gebouwen elkaar aanvullen. Vogels, vleermuizen, bijen en vlinders hebben namelijk voldoende voedsel, water, schuil- voorplantings- en overwinteringsmogelijkheden nodig in hun leefgebied. En er moeten goede verbindingen zijn om in en uit de stad en van het ene naar het andere gebied te kunnen gaan.

Opvallend zijn de flats van oranje baksteen, het vele groen op het binnenterrein en de markante oude gebouwen die behouden zijn gebleven zoals het machinepompgebouw, van waaruit vroeger het drinkwater door Amsterdam werd gepompt en dat nu o.a. het Grand Café Amsterdam herbergt.

5. Maak ecologisch groenbeheer de standaard

Ecologisch beheer houdt specifiek rekening met flora en fauna. Het is essentieel om biodiversiteit te stimuleren en geeft een gevarieerd en natuurlijk beeld. Ga voor een omgekeerd maaibeheer: alles ecologisch beheren, tenzij er een goede reden is om dat niet te doen. Ga voor maatwerk: laat altijd stukken ongemoeid zodat bijen, vlinders, vogels en andere dieren het hele jaar door voldoende voedsel en schuilplekken hebben. Vorm eentonige gazons en bermen om tot bloemrijke velden en bijenlinten. Aantrekkelijk voor plant, dier én mens

Het opvallendste bouwwerk in de wijk is de watertoren, die de relatie met de vroegere functie van het terrein levend houdt.
Door het vele groen en de open ruimten voelt de wijk als ruim opgezet. Maar in werkelijkheid is de woondichtheid er met meer dan honderd woningen per hectare, dichter dan in de naastgelegen Staatsliedenbuurt. Het zijn de twee grote langgerekte flats aan de west- en noordkant van de wijk die met hun hoge dichtheid ruimte scheppen voor de rest van de wijk. En omdat er slechts een kleine honderd parkeerplaatsen werden aangelegd aan de rand van het GWL-terrein, konden ook de vierkante meters die anders daarvoor gebruikt zouden zijn aan het maaiveld worden toegevoegd.

6. Maak grijs, groen!

Onze steden zijn nu erg verhard, denk aan trottoirs, wegen, parkeerplaatsen en ook tuinen zijn vaak versteend. Maak dit groener! Dit kan door zinloze verharding weg te halen en trottoirs en parkeerplaatsen met half open verharding uit te voeren. Ook de gebouwen in de stad kunnen minder verhard worden, door gevelgroen en groene daken te integreren op en aan de gebouwen. Bij nieuwbouw liggen kansen voor complete polderdaken of verticale bossen, maar ook bestaande gebouwen kunnen eenvoudig vergroend worden, bijvoorbeeld met klimplanten als gevelbegroeiing. Groen op en aan gebouwen is niet alleen goed voor de biodiversiteit, maar zorgt ook voor een aangenaam klimaat en is aangenaam om naar te kijken.

7. Overal liggen kansen

Je kan bijna alles natuurinclusief maken. Door multifunctioneel te denken en biodiversiteit in het ontwerpproces mee te nemen, kan ieder element in de openbare ruimte een bijdrage leveren aan biodiversiteit. Van gebouwenparken en bermen tot aan de fietsberging, verkeersborden en lantaarnpalen toe.

Een duurzame wijk is meer dan alleen een wijk die gebouwd is en beheerd wordt volgens ecologische principes. Die duurzaamheid moet ook terug te vinden zijn in de leefbaarheid. En op dat punt heeft de wijk het goed gedaan.

8. doe het samen

Het herstelleHet herstellen van biodiversiteit kan je alleen bereiken door samen te werken. Mobiliseer bedrijvenoverhedenparticulieren en woningcorporaties om hun terreinen, tuinen en huizen ook natuurvriendelijk in te richten. Leg uit waarom dit nodig is en wat de positieve effecten zijn van meer natuur in de directe woon- en werkomgeving.

9. neem bewoners mee

Mobiliseer bewoners niet alleen, maar communiceer ook met hen over de natuurinclusieve stad. De stad wordt gevarieerder, minder aangeharkt en opgeruimd, dat is heel anders dan wat we nu gewend zijn. Zorg met goede communicatie en educatie voor draagvlak. Focus je op de jeugd, dat is onze toekomst, maar laat vooral ook ouderen en jongeren van elkaar leren. Laat bewoners het groen in hun straat en buurt zelf beheren en maak voor iedereen een dagelijkse natuurbeleving mogelijk. Houd ook rekening met de sociale demografie in de buurten.

Het GWL-terrein heeft zich vanaf 1997, het begin van haar bestaan bewezen als een wijk waar het prettig wonen is, waaraan het autovrije en dus kindvriendelijke binnenterrein veel heeft bijgedragen. Maar daarnaast is het ook te danken aan het eigen buurtbeheer, de vele woningen met een voordeur op de begane grond, de nutstuintjes waar men zijn bloemen of groenten kan planten en niet in de laatste plaats aan de gemotiveerde bewoners.

10. monitor en evalueer

De natuurinclusieve stad zit in een pioniersfase. Monitoring en evaluatie is essentieel om te bepalen wat werkt en wat niet. Zo zorgen we ervoor dat we ervan leren en bekijken hoe het nog beter kan. Deel met elkaar de best practices op het gebied van natuurinclusiviteit, zo leren we van elkaar.

In de statistieken van de Gemeente Amsterdam staat de wijk elk jaar weer bovenaan de lijst als een van de wijken in de stad waar de bewonerstevredenheid en de geluksbeleving het hoogst zijn.

Geen tijd te verliezen

Met bovenstaande tips kun je direct aan de slag. Het is 2 voor 12 voor de natuur! Gebuik je invloed binnen je organisatie en maak het verschil. Laten we iets moois gaan bouwen waar onze kinderen trots op kunnen zijn. Ik zeg, aan de slag, en snel een beetje 

.

Hulp nodig?

Heb je hulp nodig om jouw gemeente toekomstbehendig te maken? Neem contact op voor een gratis gesprek, dan bespreken we wat je precies nodig hebt.
Gratis gesprek aanvragen


.

You Might Also Like