woningnood voor stadsvogels

De stad als landschap is vooral een grote verzameling steen, met hier en daar wat groen en water. Dat lijkt op het eerste gezicht niet de meest ideale plek voor vogels. Toch zijn er vogelsoorten die zich hier bijzonder goed thuis voelen. Een soort als de gierzwaluw, die van nature nestelt in rotsachtige gebieden, ziet de bebouwing als een stenen landschap en zoekt daarin naar spleten en kieren om te nestelen. Ook andere soorten profiteren van oudsher van de nestplaatsen die gebouwen hun bieden. Onder dakpannen bijvoorbeeld, maar ook op richels en in spleten.

Bij natuur inclusief bouwen worden neststenen in de gevel ingebouwd. Afhankelijk van de soort worden deze solitair of in groepen geplaatst zoals hier bij de huismus

bouw vogelvriendelijk

De manier waarop wij bouwen is enorm veranderd. En dat merken de vogels. de bouw wordt steeds efficiënter, gevels en daken bieden steeds minder ‘verassende’ holtes of andere plekjes die als nestplaats kunnen dienen. En dat is jammer. Zonder concessies te doen aan comfort kunnen we immers met een beetje fantasie en soms een kleine aanpassing heel goed ‘vogelvriendelijk’ bouwen. De winst is duidelijk; naast de functie van een gebouw voor de gebruikers leveren vogels die er kunnen broeden een meerwaarde voor de omgeving. Veel vogelvoorzieningen zijn te integreren in de bouw, zonder dat het extra geld kost en zonder dat het afbreuk doet aan het ontwerp. Twee voorbeelden, even simpel als doeltreffend, zijn neststenen en nestpannen voor de gierzwaluw en het huismussenvriendelijke dakvoet, de zogenaamde vogelvide. Het zou een goede zaak zijn voor vogels en mensen , als deze voorzieningen standaard worden toegepast bij nieuwbouw en renovatie.

Natuur inclusief bouwen is heel belangrijk om plagen in de stad te bestrijden zoals de eikenprocessierups, maar ook de emelt en de engerling die de grasvelden kaalvreten worden in toom gehouden door de vleermuizen, spreeuwen en mussen

groen bouwen staat in de belangstelling

In stedelijke gebieden is vaak weinig ruimte voor groen. Die trend is aan het keren; stadsnatuur en groen bouwen staan volop in de belangstelling. Met een reden, want soorten als de huismus, gierzwaluw en huiszwaluw zien hun nesten steeds vaker verdwijnen door nieuwbouw, waardoor deze soorten in aantal achteruitgaan. Met het aanleggen van groene daken, neststenen en vogelvides krijgen vogels, vleermuizen en andere dieren, zoals vlinders en bijen, hun leefomgeving in het stedelijk gebied terug. Tegelijkertijd geeft het een impuls aan de kwaliteit van de omgeving. Uit diverse onderzoeken blijkt dat mensen in groene wijken gezonder en gelukkiger zijn.

dit plaatje is een eldorado voor gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen

tips voor vogelvriendelijke bouwen en renoveren

  • Integreer nestgelegenheid in de gevel – een gebouw van twee verdiepingen of hoger is in principe geschikt voor gierzwaluwstenen. Bekijk of het gebouw ook geschikt is voor neststenen voor andere soorten
  • Plaats bij pannendaken standaard de vogelvide. Bekijk of het gebouw ook geschikt is voor nestpannen voor andere soorten
  • Bij platte daken; zoek naar de meest geschikte vorm van groen of bruin dak.
  • Pas verharding alleen toe waar het nodig is. Op plaatsen die minder intensief worden gebruikt, kan half verharding worden toegepast.
  • Pas glasmarkering toe op plekken waar de kans op raam slachtoffers aanwezig is.

Voor de gierzwaluw en de huismus bestaan speciale dakpannen (nestpannen) die het de vogels mogelijk maken onder daken te broeden. Voor elk type dakpan is er een gierzwaluwvariant. Er is dus geen enkel excuus om het niet te doen.

de aanwezigheid van water levert de stad weer nieuwe soorten op zoals de fuut, de wilde eend, de blauwe reiger, meerkoet, waterhoen, de grote gele kwikstaart en de kleine karekiet

Functie en vogelsoorten

De dakpannen geven de gierzwaluwen toegang tot de nestruimte. Het nest bevindt zich doorgaans op enige afstand van de invliegopening; gierzwaluwen nestelen graag in het donker. Het is gebruikelijk om onder de gierzwaluw pan een afgesloten nest-bak van ongeveer 2 dakpannen groot te bevestigen op het dakbeschot. Dit voorkomt dat de vogels zich vrijelijk onder de pannen kunnen bewegen. Er bestaan ook dakpannen voor huismussen. deze worden, bij voorkeur in groepjes, geplaatst op de eerste tot de derde rij dakpannen boven de dakgoot.

de oude binnensteden zijn favoriet voor gierzwaluwen, huismussen en gierzwaluwen

Als er 1 nest bezet is, volgen er mee

  • Als ‘koloniebroeder‘ hebben gierzwaluwen meerdere nestpannen nodig. Houd voor de onderlinge afstand tussen twee nestpannen op een horizontale rij steeds 3 a 4 gewone dakpannen aan. Beter nog is het om de nestpannen ‘verspringend’ te plaatsen. Door een grillig patroon zullen de gierzwaluwen de nestgelegenheid sneller ontdekken. Bezetting gaat vaak sneller als er al gierzwaluwen in de nabije omgeving zijn.
  • Gierzwaluwen kunnen zich niet met pootjes afzetten. Ze laten zich bij het verlaten van het nest uit de opening vallen en slaan dan de vleugels uit. Daarom moet er onder de uitvliegopening voldoende vrije ruimte zijn. Hoe steiler een dak, hoe beter. Tot ruim 2,5 meter onder de invliegopening mogen geen horizontale vlakken aanwezig zijn. Een nest pan boven een dakkapel is bijvoorbeeld onbruikbaar. de in- en uitvliegroute mogen evenmin worden belemmerd door bijvoorbeeld een vlaggenstok, antenne, schoorsteen of bomen.
ook de Amsterdamse school gebouwen met veel plannen in de naoorlogse wijken herbergen veel gierzwaluwen, vleermuizen en huismussen

Vogelvide

Artikel 3.115 van het bouwbesluit bepaalt dat alle openingen in gebouwen groter dan 1 cm moeten worden gedicht om te voorkomen dat dieren, zoals muizen en mussen, een gebouw kunnen binnendringen. Hiervoor wordt bij hellende daken met dakpannen standaard vogelschroot gebruikt. Een vogelvide is een nestruimte voor huismussen onder de dakpannen ter vervanging van het vogelschroot dat sinds 1993 wordt toegepast. De vogelvide heeft dezelfde functie als vogelschroot, maar biedt tevens nestruimte aan huismussen. De vogelvide moet bij voorkeur over de hele breedte van het huis worden gelegd, of beter nog in de hele straat. de huismus is een kolonievogel die gebaat is het leven in grote groepen. Huismussen bezetten doorgaans jaren achtereen hetzelfde nest en slapen er ook bij strenge kou.

kerken zijn heel functioneel ook als winterverblijf voor vleermuizen

aanvullingen

Het ideale plaatje zoals Amsterdam er eindelijk uit zou moeten zien voor een optimale biodiversiteit en leefomgeving

groene daken

Schakel alle platte daken van de Nederlandse steden aan een, en je hebt een oppervlakte van ruim 60 x het nationale park de Hoge Veluwe. Deze daken, veelal nog onbenut, bieden een enorm potentieel aan ruimte. Als deze ruimte goed wordt ingericht, heeft dat veel voordelen voor vogels en mensen. Stel je voor; al die verschillende gebouwen met een begroeid dak, die samen een archipel van groene eilandjes vormen boven op de stad.

een groen dak en gevel in de Pijp in Amsterdam

Functies en vogelsoorten

Begroeide daken kunnen vogels voedsel bieden, nestgelegenheid en een veilig toevluchtsoord door het ontbreken van roofdieren en verkeer. De waarde als leefgebied voor vogels varieert per seizoen en hangt mede af van de aard van de begroeiing. Bovendien hebben vogelsoorten zo hun eigen voorkeur. Bepalend voor de rijkdom van het bodemleven zijn vooral de diepte en samenstelling van het substraat, de grootte van het dakoppervlak en de ouderdom van de begroeiing. In het algemeen is een groot dak met variabele substraat dikte en begroeiing in een climax-stadium voor vogels het meest aantrekkelijk.

Behalve voor de biodiversiteit bieden groene daken ook anderszins veel voordelen voor de leefbaarheid van steden, zoals :

de opbouw van groene daken kent een vast principe. Op de bestaande dakbedekking komt een eerste laag van watervaste dakbedekking. Anders dan de standaarddakbedekking komt worteldoek. Vervolgens komt een laag voor wateropvang, de drainagelaag. Deze is tegenwoordig vaak van kunststof, maar kan ook bestaan uit poreus gesteente zoals lava of kleine stukjes slooppuin uit de bouw. Om verstopping van de drainagelaag te voorkomen komt er een filtervlies overheen. Als bovenste laag tot slot komt het substraat, de grond waarin de beplanting groeit.

materiaal en duurzaamheid

De toepassing van groene daken is zeer oud. De eerste blokhutten in Noorwegen werden al geïsoleerd met plaggen gras. Berkenbast zorgde voor een water werende onderlaag. Deze daken konden een gewicht dragen tot 500 kg /m2 in verband met sneeuw. In de moderne westerse wereld werden groene daken voor het eerst grootschalig toegepast in het olympisch dorp van München. In principe kan elk dak een groen dak worden. De draagkracht van de dakconstructie bepaald de mogelijkheden. Het is daarom verstandig al bij het ontwerp van een gebouw rekening te houden met de aanleg van een groen dak. Het gewicht van een groen dak wordt bepaald door de situatie waarin de bodem volledig verzadigd is met water.

Met groene daken kan oneindig worden gevarieerd. Globaal zijn er 2 typen: intensieve en extensieve daken. Intensieve daken bieden vooral gebruiksruimte

groen dak

  • diep substraat, meer dan 15 cm, ook voor struiken en bomen.
  • Noodzakelijk; een sterke, dragnede constructie, vaak vooral in het ontwerp bepaals.
  • Relatief hoge kosten voor aanleg en onderhoud
  • Inrichting, gebruik en onderhoud vergelijkbaar met een gewone tuin
  • Een speelgazon heeft voedselrijk substraat van minimaal 19 cm nodig om zonder kunstmatige irrigatie intact te blijven.
Een recreatief dak langs de Wibautstraat waar je over Amsterdam Oost uitkijkt. Die oranje dakpannen zijn heel belangrijk voor de nestgelegenheid voor vleermuizen en gierzwaluwen

Recreatie dak

  • Dit type dak kan veel belopen worden, maar heeft geen substraat en geen beplanting. Het aanwezige groen staat in potten en bakken.

Extensieve daken hebben geen gebruiksfunctie voor mensen

dak met substraat

  • substraat is doorgaans minder dan 15 cm diep
  • Meestal beplant met mossen, grassen of wilde planten op ondiepe voedselarme grond. De begroeiing houdt zichzelf in stand
  • Het gewicht is gering. Dit type dak kan vaak zonder extra aanpassing van de dakconstructie op bestaande gebouwen worden toegepast
  • In de regel minder duur in aanleg en goedkoper in onderhoud dan intensieve daken

ons dak met een substraat van puinkorrels uit de bouw en een sedum-planten die als pluggen in het substraat worden geplant. Door de arme structuur van het substraat lijkt het ecosysteem het meeste op een bergweidelandschap

dak zonder substraat

  • begroeiing op prefab sedummat
  • zeer licht in gewicht
  • relatief goedkoop in aanleg en onderhoud
op het bruine dak van het Stadhuis van Venlo waar op een natuurlijke manier de lokale planten zijn gaan groeien. Tegelijk een interessante plek voor de dak-imker

bruine daken

Engelsen hebben iets speciaals met vogels. Het is dan ook geen toeval dat in Londen het idee is ontstaan van ‘Bruine daken’. Door de steeds compactere bebouwing verdwenen de ‘brownfields’, braak landjes waar de zwarte roodstaart leefde. Toen ontstond het idee om bij nieuwbouw de grond eerst af te graven, te bewaren en later als dakbedekking te gebruiken. Dit was ook een goedkoper alternatief dan de aanleg van groene daken. En zo floreert de zwarte roodstaart weer in Londen.

Dankzij het geringe gewicht kan een bruin dak ook worden toegepast op bestaande daken. Van alle groene toepassingen aan gebouwen hebben bruine daken waarschijnlijk de hoogste biodiversiteit. Een aantal bruine daken op verschillende gebouwen bij elkaar vergroot de mogelijkheden voor vogels.

Bruine daken dragen bij aan de stedelijke biodiversiteit. In het broedseizoen bieden ze een complete habitat voor de zwarte roodstaart. Met speciale neststenen is deze soort extra geholpen. Afhankelijk van het seizoen zoeken vogels als kneu, putter en witte kwikstaart hun voedsel op deze braaklandjes op hoogte. Op zeer grote en goed ingerichte bruine daken in Groot Brittannië en Zwitserland broeden zelfs kleine plevier, kievit en veldleeuwerik. Net als bij andere begroeide daken zijn er de voordelen van isolatie, geluiddemping, en het langer vasthouden van overtollig regenwater.

Het hoogteverschil waarop bruine daken worden geplaatst, maakt niets uit. Een paartje zwarte roodstaarten leeft op een gebied van 1/3 tot 7 ha, afhankelijk van de voedselrijkdom. De biotoopgrens wordt mede bepaald door de aanwezigheid van hoge zangposten, die tevens dienen als slaapplaats. Paartjes kunnen tot enkele meters van elkaar nestelen, maar dit leidt soms wel tot territorium conflicten

Bruine daken bestaan uit substraat van vermalen steen van 25 mm tot gruis . Door dit substraat aan te brengen in dieptes, variërend van 5 tot 15 cm, ontstaat een grotere verscheidenheid aan planten en bodemdieren. Tussen de steenslag worden enkele grotere stenen en stukken hout geplaatst. Op de allereerste bruinen daken in Londen lagen bouwpuin en oude bielzen voor de zwarte roodstaart zeer herkenbaar van de braaklandjes. Laat op een bruin dak bij voorkeur de planten spontaan komen. Zo ontstaat een lokale begroeiing met insecten waar zwarte roodstaart en andere vogelsoorten van eten. De zaden zijn najaar voer voor kneu en putter. De begroeiing zal zichzelf in stand houden.

MEDION DIGITAL CAMERA

Hulp nodig?

Heb je hulp nodig om jouw onderneming toekomstbehendig te maken? Neem contact op voor een gratis gesprek, dan bespreken we wat je precies nodig hebt.
Gratis gesprek aanvragen

You Might Also Like