Ben jij een bomenridder?

Toen ik net in Limburg kwam wonen vanwege het fantastische landschap, werkte ik voor korte duur voor I.K.L.( Instand houden Landschapselementen); een natuur organisatie zonder winstoogmerk met een AMBI- status. Vanaf het begin was ik erg enthousiast over de manier van landschapszorg en participatie. IKL organiseerde o.a. snoei-& zeis cursussen, natuurwerkdagen, voedselbos cursussen en niet te vergeten vele plantdagen.

Helaas is door mismanagement IKL failliet gegaan. Dat was een grote klap voor de bewoners van Limburg, maar ook voor het landschap, want alles kwam zo’n beetje stil te liggen. Gelukkig pakt een groot deel van het Limburgs landschap deze rol nu op zich, met de vele vrijwilligers, maar ook vrijwilligers organisaties als; Plok, Meer Bomen Nu e.a. Werk in uitvoering!

IKL stimuleerde het realiseren van landschapselementen en ook huisvesting voor insecten zoals dit mega insectenhotel. Natuurlijk is het net zo belangrijk om ook de vegetatie hier op af te stemmen. Daarom heb ik samen met boeren en natuurorganisaties vanuit het project #bloemenlint-limburg van Maastricht tot Mook een 280 hectare kruidenrijke akkers aangelegd.

landschapselementen

Maak kennis met de maatregelen die je kunt nemen om een erf geschikte te maken voor verschillende diersoorten. Welke landschaps elementen zijn er allemaal en welk beheer hoort er bij?

Hoogstamfruit en hagen horen bij het typische landschap dat IKL in stand probeerde te houden.

Knotboomsingel

Een boomsingel bestaat uit een rij inheemse bomen van meestal 1 soort. In een knotboom-singel zorgt het knotten voor dichtere kronen. Deze rotten vaak in, waardoor er extra schuilplekken ontstaan. Je legt een singel aan met een of twee rijen bomen. Gebruik hiervoor twee- of driejarige inlandse soorten. De aanplant kan het beste van september tot en met november gebeuren.

De aanwijzing van Zuid Limburg als Nationaal Landschap is een erkenning van deze grote kwaliteiten van dit gebied. Het Grensmaas gebied, Landschapspark de Graven, Landschapspark Susteren en Heuvelland vormen samen het Nationaal Landschap Zuid-Limburg

Houtwallen en struweelhaag

Houtwallen en struweel hagen zijn lijnvormig en bestaan uit meerdere rijen inheemse bomen en/of struiken. Veel dieren vinden er voedsel, beschutting en voortplantings-plekken. Zo is de kerkuil dol op de muizen die in de houtwallen leven. Beide elementen plant je van september tot en met november. Voor een houtwal maak je eerst een dijkje, waarop je de bomen plant.

Zuid Limburg is het oudste landbouwgebied van Nederland. Hier vestigen zich aan het begin van het Neoliticum de eerste boeren rond het terras van Graetheide. Daar konden zij profiteren van de vruchtbaarheid van het loss en de aanwezigheid van bronnen en beken. De vruchtbaarheid van de loss was ook bepalend voor de landbouwvilla’s uit de Romeinse tijd. De overblijfselen van de prehistorische en Romeinse landbouw zijn niet meer in het landschap zichtbaar, maar liggen als bron van archeologische kennis verborgen in de bodem. Het zichtbare landschap draagt echter vele sporen van de agrarische ontwikkeling, die zich vanaf de Middeleeuwen heeft voltrokken.

Erf en veldbomen

Een erf kan ook worden verrijkt met alleenstaande erf-of veldbomen. Erfbomen leveren vaak vruchten of noten en bieden schaduw. Ze dienen ook als windbrekers. Veldbomen zijn alleenstaande inheemse loofbomen. Ze bieden een schuilplek tegen zon en regen, bijvoorbeeld voor de ringmus. De aanplant van de bomen kan het beste gebeuren van september tot en met november. Kies voor bomen met een stamomtrek van tenminste 10 tot 12 centimeter.

In de eerste plaats herkennen we nog steeds de Middeleeuwse nederzetingen en de daarbij behorende karakteristieke verschillen tussen plateaus, dalen en steile hellingen. Daarnaast treffen we met name in en rondom de dorpen een groot aantal landbouwhistorische relicten, die kenmerkend zijn voor het heuvelland; Monumentale ( carre-) hoeven, uitgevoerd in natuursteen of vakwerkbouw, driesen in de dorpskern en in de dorpsranden, waar geen nieuwbouw heeft plaats gevonden de resten van hoogstamboomgaarden, ( mei-)doornheggen en de kleinschalige verkaveling van de huisweiden. Tot de agrarische culturele erfgoed behoren ook de beweide kalkgraslanden en graften, die we op de steile hellingen aantreffen.

Hakhoutbosje

Bij het beheer van een hakhoutbosje zijn 2 zaken van belang:

  • Jonge aanplant in de gaten houden. Die kan last hebben van concurrentie met grassen en kruiden.
  • Afzetten eens per 15 jaar alle takken en stammen iets boven de grond afzagen. Doe dit het liefst verspreid over drie jaar en altijd buiten het broedseizoen ( 15 maart tot 15 juli)

Boomsingels

Bij ruimtegebrek kun je boomsingels terugzetten (afzagen) . Bij Elzensingels kan er af en toe een boom worden teruggezet, maar er moet tenminste een overstaander zijn. Bij knotbomen mag je uitgroei tijdens de eerste drie jaar jaarlijks terugzetten tot een knop, een uitloper aan de zijkant van het hout. Zo kan er een knot ontstaan. Daarna mag je de boom elke twee jaar knotten. Na 10 jaar mag dat eens in de 3 tot 5 jaar.

Houtwal en struweelhaag

Houtwallen worden eens in de 15 jaar afgezet. Doe dit in fasen en neem steeds een derde deel onder handen. Struweel hagen mogen eens in de 5 tot 10 jaar teruggezet worden, ook in fasen. Breed hangende takken mogen maximaal eens per 3 jaar worden teruggesnoeid. Houd ook hier rekening met het broedseizoen!

Holle wegen zijn een kenmerkend onderdeel van dit erfgoed en bevinden zich op de steile, maar ook op de meer glooiende hellingen. Het traditionele agrarische karakter is nog het sterkst gebiedsdekkend aanwezig in het zuidoostelijk deel van het krijtgebied., rondom het plateau van Vijlen, in het zuidelijke Geuldal en in het Gulpdal. Ook weinig tot niet uitgegroeide kleinere kernen en gehuchten elders in het gebied weerspiegelen dit traditionele karakter.

Kruidenrijke randen

Kruidenrijke randen zijn randen met kruiden en bloemen langs een boerenperceel. Ze leveren voedsel en veiligheid voor dieren die belangrijk zijn in het ecosysteem, zoals insecten, zaadeters en muizen. De randen zorgen ook dat dieren zich makkelijker kunnen verplaatsen tussen gebieden. Gebruik voor een kruidenrand alleen inheemse soorten van onbespoten zaden. Let op de grondsoort en het grondgebruik die de verschillende soorten nodig hebben.

Een akkerrand kan in de winter blijven staan en hoeft pas in de volgende zomer licht gefreesd te worden. Een graslandrand wordt in september gemaaid. Haal het maaisel pas na drie tot zeven dagen weg. Zo kunnen zaden rijpen en kunnen insecten uit het maaisel kruipen. Kruidenrijke randen worden niet bemest en niet behandeld met bestrijdingsmiddelen.

poelen en erfwater

Poelen en erfwateren bieden voortplantingspelekken voor amfibieen, vissen, libellen en andere insecten. Weidevogels, insecten en bijvoorbeeld vleermuizen komen er voor voedsel, drinken en/of een badderplek. Zwaluwen vinden langs de natuurlijke oevers modder voor het bouwen van nesten.

poel

Poelen kunnen gunstige plekken zijn voor amfibieen als aan deze voorwaarden wordt voldaan:

  • Er zijn andere landschapselementen in de buurt
  • Het water ligt minstens acht uur per dag in de volle zon
  • De poel valt regenmatig droog, zodat er geen vissen in voorkomen die de eieren en larven opeten.
  • De poel is bij voorkeur 300 tot 750 m2 groot en een halve tot een meter diep.

Poelen hebben onderhoud nodig, anders groeien ze langszaam dicht. Ze moeten eens in de 5 of 6 jaar worden opgeschoond. Het liefst in 2 fasen, verdeeld over 2 jaar. Dat kan in september of oktober, voordat de amfibieën in de modderlaag kruipen voor hun winterslaap. de bagger uit de poel moet een week op de oever blijven liggen, zodat dieren eruit kunnen kruipen.

In de watervoerende dalen van Zuid-Limburg liggen een groot aantal kastelen, watermolens en buitenplaatsen, die herinneren aan de rijkdom van het gebied in vroegeree tijden. De gebouwen, zoals we die nu aantreffen zijn allemaal in meer of mindere mate beinvloed door aanpassingen te toevoegingen uit recentere tijden. Ze weerspiegelen de vaak langen bouwgeschiedenis en de vernadering van functies en gewoonten, die daaraan ten grondslag liggen. Enkele kastelen zijn door geweld of verwaarlozing tot ruiines vervallen. De veelzijdige verbouwde kastelen en de ruines illustreren de 2 gezichten van de voortgaande tijd, de tijd die schept en de tijd die vernietigt. De buitenplaatsen stammen voornamelijk uit periodes van stedelijke bloei in de 18e en 19e eeuw en dienden als buitenverblijf van de stedelijke elite. Een grote dichtheid van buitenplaatsen kent de landgoederen zone ten noorden van Maastricht. Ondanks hun verschillende oorsprong vormen kastelen en buitenplaatsen een in het oog springende verzameling van monumentale bouwwerken vaak omgeven door een parkaanleg met waterpartijen. het zijn nog steeds , net als in het verleden , de hoogtepunten van het landschap in de dalen.

Erfwater

Erfwater is een kleine poel met een lage, natuurlijke oever. Een erfwater is bijvoorkeur tussen de 20 en 50 m2 groot en niet dieper dan 1 meter onder de gemiddelde grondwaterpeil. Verder zijn de voorwaarden gelijk aan die van een poel.

Opvallend verschijnsel in het heuvelland zijn de talrijke kruizen en kapellen , die samen met de vele kerktorens en kloosters uitdrukking geven aan de grote betekenis, die het Rooms-Katholieke geloof voor de bewoners van dit gebied altijd heeft gehad. Tezamen vormen deze tekens van vroomheid als het ware een sacrale topografie. Deze topografie vindt zijn oorsprong in de Middeleeuwen, toen het gebied werd gekerstend en de occupatie zich vanuit de dalen over het hele gebied uitbreidde. Parochiekerken en kloosters waren de materiele uitdrukking van de kerkelijke organisastie.

Onderzoek doen

Bij de aanleg en het beheer van een landschapselement is het belangrijk om regelmatig te evalueren hoe het ervoor staat met met het element. Je maakt dan een vergelijking van de oude en de nieuwe situatie. Dat doe je aan de hand van een klein onderzoek.

In de video zie je de bevindingen van een onderzoek naar een houtwal, aan de hand van deze vragen:

  • Wat zijn op dit moment de functies van het landschapselement ?
  • Voor welke soorten is het element aantrekkelijk?
  • Welke soorten hebben extra aandacht nodig?
  • Wat kun je doen om dit element ecologisch te versterken?
  • Wat is de verbinding met de rest van de landschapselementen?
Er zijn aanwijzingen , dat het plaatsen van wegkruisen in de Middeleeuwen nog niet algemeen gebruik was ( Nissen en Swinkels, 2004) Algemeen werd in Limburg vanaf het begin van de 17e eeuw. De uitbreiding van de sacrale topografie met kruisen in het open veld had zowel een defensief als een offensief karakter. In de periode na de Reformatie moest een confessionalisering van het landschap het katholicisme beschermen tegen het oprukkende protestantisme en waar mogelijk terrein terug winnen. Tussen 1850 en 1950 vond een tweede golf van intensivering van het kerkelijk leven plaats als reactie op de oprukkende moderniteit. Aangenomen wordt , dat het grootste deel van de bewaard gebleven wegkruisen uit die periode stamt ( Nissen en Swinkels, 2004). Opvallend is, dat vele kruisen en kappellen bij een splitsing of kruising van wegen zijn geplaatst. Dit gebeurde niet alleen vanwege de beriekbaarheid, maar ook om het kruispunt te markeren in het landschap. Dit effect wordt soms nog versterkt door 1 of enkele bomen. Met name op de open plateau’s vormen wegkruisen en kapellen samen met de kerktorens een stelsel van herkenningspunten , die het landschap ordent.

Monitoren

Met monitoren verzamel je verschillende meet-gegevens. Er zijn meerdere indicatoren die iets zeggen over de kwaliteit van de natuur op een bepaalde plek.

  • Waar is een dier- of plantensoort gezien?
  • Wat is de structuur van een gebied? Bijvoorbeeld hoge begroeiing of juist een open plek.
  • Wat is de leefomgeving van een plek? Hiermee wordt bijvoorbeeld de vochtigheid, de grondsoort of de zuurgraad bedoeld. Let hierbij ook op de weersomstandigheden.
de biodiversiteit in het landelijk gebied neemt af naarmate er minder landschaps elementen zij. Dit plijt voor het herstellen van de landschaps elementen voor een robuust landschap en biodiversiteit

waarom moet ik dat doen?

Meten is weten! De meetgegevens die je op je erf verzamelt, helpen je bij de aanleg en het beheer van landschapselementen. Misschien mist jouw erf nog een poel of kun je een houtwal nog wat versterken. Als je de waarnemingen doorgeeft aan een databank, kunnen ze bovendien worden omgezet in statistieken. Die geven de trends in toename of afname van soorten en vegetaties weer. Met deze gegevens kan beleid beter worden afgestemd op wat de natuur nodig heeft.

gegevens verwerken

Wat kun je doen met de gegevens die je hebt verzameld? Om waarnemingen door te geven is het belangrijk om te determineren; bepalen tot welke soort iets behoort. Er zijn verschillende websites, apps en zoek-kaarten die je hierbij kunnen helpen.

Hulp nodig?

Heb je hulp nodig om jouw onderneming toekomstbehendig te maken? Neem contact op voor een gratis gesprek, dan bespreken we wat je precies nodig hebt.
Gratis gesprek aanvragen

You Might Also Like