In Nederland heeft 14% van de 4-17 jarigen overgewicht, een kwart daarvan is obees. Ook kunnen vrijwel alle Nederlandse kinderen wel wat meer vezels, vitamines en mineralen gebruiken uit bijvoorbeeld groente en fruit. Kinderen eten gemiddeld 127 gram fruit en 100 gram groente per dag. Een Kok in de klas kan een boost geven aan de kinderen en de ouders om voor een gezonde leefstijl te kiezen.
Toegang tot goed, vers en voedzaam eten is een grondrecht voor ieder kind, maar in werkelijkheid hebben maar liefst 41 miljoen kinderen van vijf jaar en jonger overgewicht, of lijden ze zelfs aan obesitas, en zijn 159 miljoen kinderen te klein voor hun leeftijd vanwege een gebrek aan goede voeding. Ik roep jullie allemaal op om deel te nemen aan een wereldwijde Food Revolutie, om met zijn allen een positief verschil maken in de manier waarop onze kinderen in contact komwen met voedsel, en er bewust mee leren omgaan.
Jamies Olivers Food Revolution.
Samen koken kan heel gezellig zijn.
Het is een goede manier om nieuwe dingen te leren en ideeen op te doen, maar daarnaast is het een ideaal moment om rustig samen de dag door te nemen- tel daar een heerlijk ver gemaakte maaltijd bij op en we hebben het over iets dat gewoon in onze dagelijkse routine thuishoort.

Alles begint met een gezonde schoolomgeving
Een ongezonde leefstijl kan grote gevolgen hebben voor de gezondheid van kinderen op de korte termijn en in de toekomst. Een weinig duurzame voedingskeuze heeft bovendien een ongunstige invloed op het milieu en de wereld om ons heen. Door educatie en een gezonde schoolomgeving krijgen kinderen echt iets extra’s mee. Een voorbeeld van een gezonde schoolomgeving is het aanbieden van groente en fruit via het EU-Schoolfruitprogramma of zuivel via het EU-Schoolzuivelprogramma.

smaaklessen
Smaaklessen: Hét effectieve lesprogramma over eten en smaak voor kinderen op de basisschool. Leerlingen ontdekken hun eten via proeven, ruiken, horen, voelen en kijken. Zo leren ze spelenderwijs over gezond en duurzaam eten.

Smaakmissies
Tijdens een Smaakmissie leren leerlingen op een interactieve manier waar hun eten vandaan komt. In deze interactieve lesprogramma’s gaan kinderen aan de slag met basisproductgroepen als fruit, brood of zuivel. Ze gaan op onderzoek, binnen én buiten de klas. In totaal zijn er twaalf missies beschikbaar.
Aansluiting bij het onderwijs
Het lesmateriaal in Chef! is gebaseerd op het Leerplankader Voeding. Deze doorlopende leerlijn is ontwikkeld door Stichting nationaal expertisecentrum Leerplankader Ontwikkeling (SLO) en het Voedingscentrum. Aangezien het Leerplankader Voeding aansluit op de landelijke kerndoelen van het basisonderwijs, sluit Smaaklessen ook aan op diverse kerndoelen. Vanuit het leergebied ‘Oriëntatie op jezelf en de wereld’, met name in samenhang met het domein ‘Mens en samenleving’ (kerndoelen 34, 35, 37, 39) en het domein ‘Natuur en techniek’ (kerndoelen 40, 41), zijn de lessen ontwikkeld. Ook de domeinen Nederlands (kerndoelen 1 t/m 5, 12), Rekenen (kerndoelen 23, 26, 27, 29, 33) en Kunstzinnige oriëntatie (kerndoelen 54, 55) aan. Per les op Chef! is inzichtelijk gemaakt bij welke kerndoelen iedere les aansluit.

Wat is ervaringsgericht leren?
Als kind leer je snel wat wel en niet werkt, doordat het pijn doet als je valt of doordat je buikpijn krijgt van te veel eten. Deze directe vorm van feedback is ervaringsgericht leren. Dat betekent dat je door te experimenteren en daarna te reflecteren betekenisvol leert. Als je de lessen uit iedere ervaring meeneemt (middels reflectie) kan je het later reproduceren en toepassen op nieuwe situaties. Leren door te doen is dus zeer effectief, zolang je er op reflecteert.

Ervaringsgericht leren
Het lesmateriaal in Chef! gaat uit van de theorie dat een positieve en ervaringsgerichte manier van leren bij kinderen effectiever is dan enkel informatie te verschaffen op een meer theoretische manier (2, 3). Ook in de literatuur wordt gesuggereerd dat voedseleducatieprogramma’s effectiever zijn wanneer de lesstof op een actieve en interactieve manier wordt aangeboden en niet alleen bestaat uit kennisoverdracht over gezonde eetgewoontes.

Waarom is de school de juiste plek?
Uit de literatuur blijkt dat de school een geschikte omgeving is voor het onderwijzen van kinderen in voedsel en gezond en duurzaam eetgedrag omdat:
- Leerkrachten de mogelijkheid hebben om kinderen met alle sociaaleconomische achtergronden met onbekend voedsel kennis te laten maken, kennis en vaardigheden bij te brengen, een stimulerende sociale norm voor te houden, positieve houding te creëren en gedragingen aan te leren om een gezonde en duurzame voedselkeuze te maken;
- De leerkracht een belangrijk rolmodel is. Kinderen zijn gevoelig voor de sociale beïnvloeding van leerkrachten en zullen daardoor bijvoorbeeld eerder nieuwe smaken willen proberen;
- Het gedrag van de klasgenootjes ook een positieve rol speelt. Kinderen zijn eerder gemotiveerd om onbekende producten te proberen en te accepteren, wanneer klasgenoten ook enthousiast zijn.

Waarom is het belangrijk om kinderen zelf te laten ervaren?
Uit de literatuur blijkt dat het belangrijk is om kinderen zelf te laten ervaren omdat:
- Het aanleren van consumentenvaardigheden, maar ook kinderen zelf voedsel laten verbouwen (moestuinieren), bereiden (kooklessen) en proeven, een positieve bijdrage aan het maken van gezonde voedselkeuzes en het bereiden van een gezonde maaltijd oplevert;
- Het effectiever is om kinderen concrete ervaringen met voedsel te laten opdoen in plaats van abstracte ideeën aan te bieden. Voedselvoorkeuren en acceptatie van voedsel worden sterk beïnvloed door het ontstaan van associaties uit directe ervaringen met voedsel;
- Positieve effecten voortkomen uit het herhaaldelijk aanbieden van het voedsel, bekendheid met de smaak en bewustzijn van het groeiproces;
- Er gevoelens van eigenaarschap en trots ontstaan wanneer kinderen het voedsel zelf hebben geteeld en/of bereid (15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23).

Waarom is een Funfactor belangrijk?
Uit de literatuur blijkt dat een funfactor belangrijk is omdat:
- Voedseleducatie meer positief effect heeft op het gedrag van kinderen wanneer ze de activiteiten leuk vinden. Het leerproces verloopt optimaal wanneer kinderen de leerstof in attractieve werkvormen aangeboden krijgen. Het leervermogen wordt beinvloed voor de mate van interesse van de kinderen;
- Kinderen interactieve activiteiten (koken, proeven, moestuinieren etc.) leuk vinden en deze hen de mogelijkheid geven om actief en op een speelse manier met voedsel aan de slag te gaan. Dit kan leiden tot een grotere bereidheid tot proeven, positieve associaties met het voedsel en waardering van het voedsel!

Effectiviteit van Smaaklessen en Smaakmissies
Van 2010 tot 2019 zijn in verschillende studies de effectiviteit en de werkzame elementen van Smaaklessen en Smaakmissies onderzocht, gedeeltelijk in combinatie met het EU-Schoolfruitprogramma. Deze onderzoeken hebben bewezen dat:
- Kinderen na afloop van Smaaklessen meer weten over gezond en duurzaam eten. Een half jaar na de lessen is dit kenniseffect nog steeds overtuigend aanwezig. Dit in tegenstelling tot kinderen die de Smaaklessen niet volgden;
- Kinderen na Smaaklessen meer producten kennen en herkennen;
- Kinderen zich aangemoedigd voelen om onbekende producten te proeven en vaker het plan hebben om gezonder te gaan eten;
- Wanneer naast Smaaklessen ook Smaakmissies worden gegeven, dit effect nog sterker is;
- Smaaklessen als aanvulling op het EU-Schoolfruitprogramma zorgt voor meer kennis over voeding bij kinderen, terwijl dit bij enkel EU-Schoolfruit niet het geval is.
gezond en gevarieerd eten
Om te groeien en gezond te blijven is het belangrijk om gezond en gevarieerd te eten. Uit het eten halen we namelijk belangrijke voedingsstoffen die ervoor zorgen dat ons lijf gezond en fit blijft. Het lichaam heeft eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines, mineralen (waaronder ijzer en zout) en water nodig.
In het lesmateriaal leren kinderen waarom je lichaam voedingsstoffen nodig heeft en leren ze aan de hand van de Schijf van Vijf wat en hoeveel je lichaam nodig heeft. De Schijf van Vijf van het Voedingscentrum dient als leidraad, omdat deze bestaat uit producten die volgens de laatste wetenschappelijke inzichten goed zijn voor je welzijn.

1. Groente en fruit
2. Oliën en vetten (zoals olijfolie, margarine en halvarine)
3. Peulvruchten, noten, vis, ei, vlees en zuivel(alternatieven)
4. Brood, graanproducten en aardappelen (zoals volkorenbrood, volkorenpasta, zilvervliesrijst en aardappelen)
5. Water, thee en koffie (dranken zonder suiker)

Principes van de Schijf van Vijf
Bij de Schijf van Vijf horen een aantal belangrijke principes:
- Variëren: Eet elke dag iets uit elk vak
- Eten en bewegen: Eet niet te veel en beweeg genoeg
- Omgaan met verleidingen: Weet hoe je om kan gaan met verleidingen
- Duurzaam eten: Als je eet volgens de aanbevolen hoeveelheden van de Schijf van Vijf dan is dit gezond voor jezelf én voor het milieu
- Veilig eten: Houd rekening met hygiëne, bewaren en bereiden
Wat staat niet in de Schijf van Vijf?
Tussendoortjes als koekjes, frisdrank en chips horen niet thuis in de Schijf van Vijf. Maar ook producten als wit brood, sauzen, vleeswaren, zoet broodbeleg en vla vallen erbuiten.
Volgens de Schijf van Vijf eet kun je deze producten wel af en toe eten, maar niet te veel en niet te vaak. Het Voedingscentrum heeft een vuistregel bedacht om het wat concreter te maken: Kies elke dag niet vaker dan 3 tot 5 keer iets kleins buiten de Schijf van Vijf (dagkeuze) en daarnaast hooguit 3 keer per week wat groters (weekkeuze) .
Een dagkeuze is iets kleins: bijvoorbeeld een klein koekje, een waterijsje, ham of jam op brood, een lepel honing in de yoghurt of een eetlepel tomatenketchup. Grote eters, zoals tieners in de groei, kunnen maximaal 5 porties erbij nemen. Minder grote eters gaan uit van maximaal 3 tot 4 porties.
Een weekkeuze is wat groter: bijvoorbeeld een croissant, een stuk taart, een zakje chips, een glas frisdrank, een schaaltje vla, witte pasta bij het avondeten of een diepvriespizza. Je kunt hier elke week voor kiezen, maar houd het bij maximaal 3 porties per week en maak de portie niet te groot. Ook kun je beter niet te vaak voor hetzelfde product kiezen.

Duurzame keuzes
Alles wat we eten en drinken heeft impact op het milieu. Het maken van voedsel zorgt bijvoorbeeld voor uitstoot van broeikasgassen en er is veel water en land voor nodig. Door duurzamer te eten kun je de invloed van je voeding op het milieu verminderen. Met de volgende keuzes eet je duurzamer:

- Niet te veel vlees eten: de productie van vlees, voornamelijk rood vlees, is heel belastend voor het milieu
- Meer plantaardig eten: voedsel gemaakt van planten heeft minder negatieve invloed op het milieu dan voedsel gemaakt van dieren
- Minder voedsel verspillen: zo is de productie van eten en drinken niet voor niets geweest
- Vooral uit de Schijf eten: neem niet meer dan de aanbevolen porties, met name van vlees, zuivel (o.a. kaas) en vis. En laat snoep, snacks en frisdrank vaker staan
- Klimaatvriendelijke groente en fruit: het is het beste om te kiezen voor groente uit het seizoen, die niet uit een kas komen en die niet per vliegtuig zijn vervoerd
- Kies voor topkeurmerken: deze logo’s op verpakkingen geven aan dat een product is gemaakt met extra aandacht voor milieu, dierenwelzijn en/of mens en werk

Als je eet volgens de aanbevolen hoeveelheden van de Schijf van Vijf dan is dit gezond voor jezelf en voor het milieu.







